Instructies voor het varen met gehuurde vaartuigen

Bediening van de motor.

  1. Zorg voor vertrek dat u bekend bent met de bediening van de motor en vertrouwd met het vaartuig.
  2. Het stoppen van het vaartuig doet u door de motor in de achteruit te zetten. De kracht waarmee u remt regelt u met de gashandel. Veel gas = veel remkracht, weinig gas = weinig remkracht. Houd er rekening mee dat een vaartuig naar verhouding met auto, fiets of bromfiets een langere remweg heeft.
  3. Vooruit varen doet u door de motor in de vooruit te zetten. De snelheid regelt u door de gashandel open of dicht te draaien.
  4. De aandrijving van de motor uitschakelen is de stand van de handel tussen de vooruit en achteruit stand.
  5. Overtuig uzelf dat er voldoende brandstof aanwezig is.
  6. Sturen met het vaartuig doet u door de motor achter het vaartuig te draaien. Bedenk dat de motor het vaartuig duwt. Dat houdt in, dat om bijvoorbeeld naar links te gaan, de achterkant van het vaartuig naar rechts moet.

Algemene regels op het water.

Er wordt van de schipper goed zeemanschap geëist. Dit houdt in:

  1. Ieder vaartuig hoort stuurboord (rechts) te houden. Elkaar tegenkomen en passeren gebeurt gelijk als de besturing van een auto, fiets of bromfiets.
  2. De snelheid van het vaartuig moet zo zijn, dat er geen schade of gevaar voor anderen veroorzaakt wordt. De schipper is hiervoor verantwoordelijk.
  3. Vaar nooit recht op een andere gebruiker van het water af. Dit kan zijn een ander vaartuig, roeiboot, zwemmer e.d. Moet dit toch, verminder de snelheid en leg het schip zo nodig stil door het vaartuig te stoppen. Blijf uit de buurt van grotere boten.
  4. Houd tijdens het varen rekening met wind en eventuele stroming.
  5. Vaar nooit in smalle doorgangen als er risico bestaat om schade te veroorzaken.
  6. Als u gaat aanmeren, zorg dat de snelheid van het vaartuig laag is. U parkeert immers ook niet met een auto op volle snelheid.

Eigen veiligheid.

  1. Houdt armen en benen altijd binnen boord.
  2. Het is niet toegestaan om zwemmers, andere vaartuigen of objecten met het vaartuig te trekken, tenzij er levensbedreigende situaties aanwezig zijn.
  3. In geval van dreigende aanvaringen, gebruik de motor om het vaartuig te corrigeren en schade bij een aanvaring te voorkomen. Gebruik nooit handen of voeten om aanvaringen te voorkomen.
  4. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van de weersverwachting voor de tijd dat u denkt te gaan varen.
  5. Zorg dat u goede kleding aantrekt die nat mag worden, immers u verblijft op het water.
  6. Draag een reddingsvest indien u de zwemkunst onvoldoende machtig bent. Deze wordt door de verhuurder beschikbaar gesteld.

In- en uitstappen.

  1. Altijd één voor één in- en uitstappen.
  2. Het vaartuig nooit overladen en niet op de rand gaan zitten.
  3. Kanoërs worden geholpen bij het in- en uitstappen. Wacht tot u geholpen wordt.

Voorkom schade aan schip en omgeving.

  1. Vaar nooit door riet of waterplanten.
  2. Verstoor geen vogels op het meer. U bent te gast.
  3. Vaar niet over ondieptes of nabij stenen. Voelt of hoort u dat de motor of het vaartuig de grond raakt, zet de motor dan onmiddellijk in de vrijstand.
  4. Kano’s en waterfietsen mogen niet op stenen omhoog getrokken worden. Ga hiervoor naar een zandstrand.
  5. Haal de schroef nooit boven water als de motor loopt. Een draaiende schroef kan ernstig letsel veroorzaken en de motor kan door koelproblemen vast lopen.

Maak van uw vaartocht een pleziertocht.

  1. Als u het vaartuig onbeheerd achterlaat, maak deze dan met de bijgeleverde ketting en slot vast aan een vast object om te voorkomen dat het vaartuig door anderen meegenomen kan worden.
  2. Plan uw route zodanig dat u op tijd terug bent. Tegenwind kan de reistijd verlengen.
  3. Bij twijfels of problemen neemt u contact op met het Watersportcentrum Brielle.